Bepaling van de vijzelkracht
Van het bouwblok wordt een gewichtsberekening opgesteld. Van elke bouwmuur worden de paalkopbelastingen berekend.
In geval van aanvullend draagvermogen wordt op grond van de sonderingen en veld - en archiefonderzoek de waarde van het huidige draagvermogen van de oorspronkelijke paalfundering geschat. Het tekort aan draagvermogen wordt aangevuld door het inbrengen van SOBUPALEN®.
De te realiseren vijzelkracht wordt als volgt vastgesteld:
- per bouwmuur(deel) wordt de rekenwaarde van het paaldraagvermogen berekend,
- de rekenwaarde wordt vermeerderd met de te verwachten bijdrage uit negatieve kleef.
- de som van rekenwaarde en negatieve kleef is de minimum vijzelkracht.
Na het bereiken van de vijzelkracht wordt de spanning afgelaten en de volgende paal gedrukt.
Per bouwmuur(deel) wordt na het inbrengen van alle palen een blijvende voorspanning aangebracht met een grootte van de representatieve paalkopbelasting van het eigen gewicht. Hiermee wordt bereikt dat direct ontlasting van de oorspronkelijke (paal)fundering optreedt.
Opgemerkt zij dat,
- binnen deze werkwijze niet het bereiken van een vooraf vastgesteld paalpuntniveau het doel is, maar het bereiken van de vooraf vastgestelde vijzelkracht en dat
- binnen deze werkwijze niet het bezwijkdraagvermogen wordt voorspeld, maar dat door drukken tot de rekenwaarde vermeerderd met de bijdrage uit negatieve kleef, wordt aangetoond dat per paal het vereiste representatieve draagvermogen ruim aanwezig is.
- elke paal bij ingebruikname feitelijk proefbelast is met een waarde die hoger is dan de uiteindelijke gebruiksbelasting volgens de gewichtberekening.
Tijdens het drukken wordt het sondeerverloop geverifieerd door het meten (en registreren) van de vijzeldruk.
Door het plaatsen van de paal in het hart van de bouwmuur wordt het optreden van excentriciteiten voorkomen.
Door het inklemmen van het bovenste paaleind in de bouwmuur wordt de kniklengte beperkt. Voordat het paaleind in het vijzelframe en de paalhouder door grouting is ingeklemd, is de paal door het inbrengen met een hogere vijzelbelasting dan de uiteindelijke paalkopbelasting gecontroleerd op uitknikken. Een fysieke controle met een grotere kniklengte dan in de gebruiksfase.